|
Casus 1
Hieronder vindt je de eerste van twee vragen
van kinderen
die al op de winkel zijn geweest met een vraag.
Zo hopen we je te kunnen laten zien met wat
voor problemen
je bij ons terecht kunt en hoe wij je kunnen
helpen.
Ik wil mijn eigen geld!!
Jorn komt langs op het spreekuur van de Kinder-
en Jongerenrechtswinkel
in Amsterdam.
Hij is vijftien, maar zegt er snel bij dat hij
over een maand zestien wordt.
Hij woont nu in een slooppand wat hij naar eigen
zeggen heel mooi heeft
opgeknapt met een paar vrienden.
Hij gaat op het moment één dag per
week naar school. Hiernaast doet hij
eigenlijk niet zo heel veel, maar ja.. het opknappen
van een huis kost ook
erg veel tijd. Zijn moeder ontvangt kinderbijslag
voor hem en geeft daar
af en toe beetjes van aan hem zodat hij net rond
kan komen.
Af en toe helpt hij een vriend die een marktkraam
heeft met het opruimen
en afbreken aan het eind van de dag. Zo verdient
hij wat geld bij.
Maar toch vindt het het niet genoeg. Hij weet bijvoorbeeld
ook niet hoeveel
zijn moeder precies aan kinderbijslag ontvangt
voor hem zodat hij ook niet
weet of hij wel genoeg van zijn moeder krijgt.
Bovendien, hij is nu
uitwonend, dus kan hij dan die kinderbijslag niet
gewoon zelf ontvangen?
Hij kan toch best zijn eigen geldzaakjes regelen?
Krijgt hij dan ook niet
meer geld, omdat hij meer kosten maakt nu hij op
zichzelf woont?
Een vriend van hem werkt in een hele gave kroeg
bij hem op de hoek en
laatst vroeg die vriend aan hem of hij niet ook
daar wilde komen werken.
Nu het huis opgeknapt is, heeft hij tijd over en
hij kan het geld heel goed
gebruiken. Toen hij dit tegen zijn moeder zei,
vertelde ze hem dat dat
helemaal niet kan omdat hij nog veel te jong is.
Is dit zo en hoe zit het
dan met die meerderjarigverklaring waar hij laatst
van hoorde?
Kan hij dat ook niet krijgen zodat hij gewoon kan
gaan werken zonder
toestemming van zijn moeder nodig te hebben?
Om al deze vragen te beantwoorden, gaan de medewerkers
van de Kinder-
en Jongerenrechtswinkel met Jorn om de tafel zitten.
Als eerste gaan ze samen met Jorn kijken hoe het
zit met de kinderbijslag.
De medewerkers zoeken met Jorn het bedrag op dat
zijn moeder voor hem
ontvangt aan kinderbijslag. Hiernaast vertellen
de medewerkers hem dat de
kinderbijslag altijd aangevraagd wordt door de
ouder waar het kind verblijft.
Bij de aanvraag verbleef Jorn bij zijn moeder,
dus zij heeft kinderbijslag
voor hem aangevraagd. Nu is het zo dat de kinderbijslag
altijd wordt
uitgekeerd aan de aanvrager, zijn moeder dus. Alleen
in uitzonderlijke
gevallen wordt de kinderbijslag uitgekeerd aan
iemand anders, bijvoorbeeld
een tante of oom. Vrijwel nooit aan het kind zelf.
Het kan dus niet op zijn rekening worden gestort.
Voorwaarde voor het ontvangen van kinderbijslag
is dat Jorn zelf niet meer
dan f 2.367,- per kwartaal verdiend. Wanneer hij
gaat werken en boven dit
bedrag uitkomt, dan krijgt zijn moeder sowieso
geen kinderbijslag meer.
Hierdoor komen ze op Jorns vraag over het werk.
Hem wordt verteld dat, tot
zijn zestiende, zijn moeder inderdaad bezwaar mag
maken als hij werk
aanneemt. Vanaf zijn zestiende is hij volgens de
wet, namelijk volgens
art. 7: 612 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, bekwaam
om een
arbeidsovereenkomst aan te gaan.
Een meerderjarigverklaring is niet van toepassing
op hem, aangezien dat gaat
om meisjes die een kind verwachten en daarbij het
gezag over het kind willen
na geboorte.
Omdat Jorn over een maand al zestien wordt, adviseren
de medewerkers van
de Kinder- en Jongerenrechtswinkel hem om nog een
maand te wachten met
het aannemen van het werk. Dan kan hij zelf, in
overeenstemming met zijn
baas, zijn werktijden bepalen en zijn eigen geld
verdienen. |